Kort na de Tweede Wereldoorlog ontstonden de eerste studieclubs. Door de oorlog was er een grote kennisachterstand ontstaan m.b.t. het schildersambacht. Zowel het onderwijs als het bedrijfsleven wilden hier iets aan doen. Een door Eisma’s Schildersblad uitgeschreven vakwedstrijd vormde het startschot voor regelmatige regionale bijeenkomsten voor iedereen die affiniteit had met schilderen. De Studieclub Schilders was geboren.

De doelstelling van de Studieclub Schilders is als volgt geformuleerd:

‘Het vergroten van de deskundigheid van de bedrijfstakmedewerkers en het stimuleren van de onderlinge contacten.’

Deelname aan een studieavond van een regionale studieclub is daarom een effectieve, maar ook goedkope vorm van bijscholing. Bovendien levert zo’n studieavond nuttige contacten op, omdat alle marktpartijen binnen het schildersvak vertegenwoordigd zijn. Op het moment zijn er 14 regionale studieclubs actief. Iedereen die op enige manier actief is binnen de bedrijfstak Schilderen kan lid worden van een regionale studieclub. Onder de leden bevinden zich uiteraard veel uitvoerend schilders, maar ook werkgevers, bedrijfsleiders, uitvoerders, docenten, consulenten, vertegenwoordigers uit de verfindustrie, adviesbureaus en opzichters van vastgoedbeheerders. Deze verscheidenheid en laagdrempeligheid verklaart mede het succes van de Studieclub Schilders. De studieclubs onderhouden in hun regio de contacten met bedrijven, medewerkers, scholen, leveranciers en andere betrokkenen. Elke studieclub stelt jaarlijks een eigen programma samen, op basis van de wensen van de eigen leden. Uitwisseling van de jaarprogramma’s tussen de clubs stimuleert de onderlinge afstemming. Alle activiteiten van de studieclubs zijn gericht op de verhoging van de professionaliteit binnen de snel veranderende bedrijfstak en op binding van de leden aan de bedrijfstak. In de loop der tijd heeft zich een verschuiving voorgedaan van passieve activiteiten naar doe-activiteiten waarbij de leden actief bezig zijn. Met name workshops, demonstraties en trainingen zijn zeer geschikt om de mogelijkheden en onmogelijkheden van nieuwe producten en werkwijzen te laten zien.

De Centrale Club Leiding (CCL) fungeert als dagelijks bestuur. Zij vormt het bindend element tussen de regionale studieclubs. Voorzitter van de CCL is Anton van Wezep.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *